#demooiste; comfortzone

 

“Uit je comfortzone komen is een uitdaging!” appte de trainer mij gisteren. En gelijk heeft ze. Want wat een fijne plek is dat, die comfortzone. Stap je er uit, dan is het maar de vraag of dat zal bevallen. Er is een kans dat het tegenvalt, dat het zeer doet of koud is en zie dan maar weer terug in die lekkere warme comfortzone te komen.

Neem gisteren. We zouden een 10 k loop doen bij de Zegerplasloop. De opdracht was: zo hard mogelijk. Na twee weken duurlopen in D1 stonden mijn trainingsgenoten te juichen bij deze opdracht, even lekker knallen. Not me. Eigenlijk houd ik niet zo van heel hard lopen. Je wordt er best moe van en als het tegenzit, gaan je benen zeer doen. Maar ik deed het toch, liep me de benen uit het lijf en finishte een minuut langzamer dan mijn snelste 10 k-tijd. Dat bedoel ik dus: ik werd er moe van én het viel een beetje tegen. Thuisgekomen kon ik het wel relativeren, want die 57 minuten had ik deze zomer gelopen toen ik superfit was en er al een week of 10 marathontraining op had zitten. Zonder comfortzone. Of beter gezegd: dat was toen mijn comfortzone, de plek van de warme zomer, lange duurlopen in mn eentje, uitkijken naar Amsterdam en m’n Claytons.

De comfortzone vandaag zei: Doe maar rustig aan, wat zal je je uitsloven. Dat heb je gisteren al gedaan en wat leverde dat op; geen pr en wel zere benen. Mijn comfortzone houdt me graag op mijn plek, lekker warm en droog.  Maar als ik niet uitkijk, wordt het de zone van: Been there, done it, got the T-shirt. En dat is niet mijn bedoeling. Want ik wil verder, nieuwe dingen, andere wegen, mooie vooruitzichten. Ik wil mijn grenzen opzoeken en een stukje verleggen. Dromen, zwerven,  zweten, zere benen krijgen. Een nieuwe comfortzone ontdekken.

En ik wil nog een T-shirt.

 

Advertenties

#demooiste; het begin

png-afbeelding-e1546712452256.png

Ik doe het weer.

Ik ga een marathon lopen en ben met trainen begonnen. Niks nieuws onder de zon, zou je denken, maar deze keer ga ik het anders aanpakken. Niet alleen heb ik nieuwe Hoka’s en een Garmin gekocht, maar ik train met een schema waarover is nagedacht, met een trainer, een loopgroep en een atletiekbaan. En dat is lastiger dan ik had verwacht. Ik ben namelijk een eigengereide lone wolf , niet gewend om te luisteren naar anderen. Dat is geen betweterig anarchisme, ik dwaal gewoon regelmatig af. Ik bereid me bijvoorbeeld voor om een paar uur heerlijk te gaan duurzwerven, om erachter te komen dat er een korte, stevige tempoloop op het programma staat. Of ik maak plannen om de CPC te gaan lopen, zonder me af te vragen of dat wel past in mijn trainingen. Het eerste rondje op de baan: er werd van alles uitgelegd en aangewezen. Ik zag verschillende gekleurde lijnen en streepjes, een waterbak zonder water maar met bladeren, lopers die andere trainingen deden, maar niet hoe het 100m-punt eruitziet. En soms heb ik zin om de vernieuwde Utrecht Marathon te gaan lopen, of de Two Rivers en Rotterdam te laten voor wat het is.

Ik doe het allemaal niet, kennelijk heeft de opvoeding toch een beetje nut gehad. Ik droom in het rond, kijk dan op mijn schema en doe uiteindelijk wat me is opgedragen. Want ik ben ook erg benieuwd wat ik ga meemaken. Hoe het zal zijn als ik oplet en luister naar iemand die er verstand van heeft. Of ik inderdaad sterker en sneller zal worden, gemakkelijker ga lopen. En ik hoef de komende weken niet meer na te denken wat voor loopje ik zal doen. Bovendien: het levert me van die blitse baanrondjes op Strava op. En 127 whatsappjes op zaterdagochtend.

Ik ga het gewoon doen.

Plank

IMG_4179

In de keuken hangt een bord. Het is ons geheugensteuntje. Als het wc papier op is of als nu eindelijk het aanrecht moet worden gekit, schrijven we dat op het bord. Zo helpen we elkaar en onszelf herinneren aan de dingen die moeten gebeuren. Of waarvan we willen dat ze gebeuren. Is het gebeurd of in huis gehaald, dan wordt de kreet weggeveegd. Het ziet er zo op het oog wellicht wat cryptisch uit, maar voor ons werkt het.

Liefde had bijvoorbeeld bedacht dat een plank handig zou zijn. Dus schreef hij  ‘plank’ op het bord. Later vonden we dat er elders ook een plank moest komen. ‘Plank’ kreeg een 2 achter zijn naam. Op een dag had Liefde zin in een karweitje en maakte een plank. De 2 werd 1. En toen stokte het. Want wat was plank 1 ook al weer? Dat tweede plankje, ja, maar waar hoorde die eerste plank? Welke plek had dringend uitbreiding nodig? Tot op de dag van vandaag weten we het niet. Uitvegen is niet aan de orde, want ergens in huis is geen plank waar die wel fijn zou zijn.

Inmiddels zijn we gewend geraakt aan ‘plank 1’. Hij heeft een eigen plek gekregen en zelfs een andere functie. Laatst stond ik in de keuken te wachten tot het water kookte, keek even naar plank 1 en dacht “o ja, zo nog even mijn buikspieroefeningen doen.”

Voor ons werkt het.

Tshirtendag

 

Dit zijn ze, mijn t-shirts met een verhaal. Een run wordt meestal bekroond met een medaille, het tastbare bewijs dat je ergens aan mee hebt gedaan. Je bent er trots op, maakt een medaille-selfie en draagt hem zo zichtbaar mogelijk in de trein terug naar huis. Maar dat is het zo’n beetje met de medaille. Eenmaal thuis verdwijnt hij uit het openbaar. Hij mag nog even op Instagram en als hij geluk heeft, wordt hij ergens opgehangen, zodat de eigenaar er nog eens naar kan kijken. That’s it.

Maar dan de T-shirts. Een T-shirt kan je gebruiken, in tegenstelling tot een medaille en dat maakt dat een T-shirt onderdeel wordt van het verhaal. Mijn “IK LOOP HARD” T-shirt bijvoorbeeld. Van mijn zus gekregen omdat zij het zo bijzonder vindt dat ik überhaupt hardloop. Hij is veel te groot en ik gebruik hem eigenlijk vooral als opvalhesje in het donker. Hij past over elke trui en dan is hij niet te groot. Of het “4 mijl van Emmen” T-shirt. Ook van mijn zus en ook veel te groot. Ik koester beiden en draag ze graag.

Het “Finisher van de Ladies Run Utrecht 2016” T-shirt: gekocht omdat me dat zo leuk leek, al bleek die hele Ladies Run niet zo leuk te zijn. Het is de enige run die ik met een vriendin/loopmaatje heb gelopen. Trek ik dat roze monster aan, loopt zij het rondje met me mee.

Het “Team KWF” T-shirt: mijn allereerste wedstrijd. mijn allereerste 10 k. mijn allereerste sponsorloop. Dit T-shirt symboliseert de start van mijn hardloopleven. Het helpt me herinneren hoe ver 10 k is en hoe ver ik ben gekomen.

“Polderloop 2018”: mijn nu-hoor-ik-er-een-beetje-bij T-shirt. Op naar 2019.

De “Vitaminstore Halve van Haarlem”: wat een fijne halve marathon was dat. Fijn T-shirt ook trouwens. Of zou dat door die heerlijke run komen?

“RunLLRun” : Het loopt en het schrijft er over. Het T-shirt wat ik zelf heb laten maken voor wie het wil weten en lezen. Ik kies zorgvuldig wanneer ik ermee loop. Het is wie ik ben.

Het “TCSAmsterdamMarathon” T-shirt: opvallend detail: het mooiste T-shirt uit de bundel is nog maagd. Ik heb er niet de marathon in gelopen. Ik wilde hem pas dragen als ik een finisher ben. Dit T-shirt heb ik niet gekregen of gekocht, deze heb ik verdiend. Het is mijn trofee, een medaille waarin je kan hardlopen. Zodat mensen elkaar kunnen aanstoten en zeggen: “zie je dat, die vrouw heeft de marathon van Amsterdam gelopen.” En dan graag met een beetje eerbied.

Zo op een rijtje is het een mooi verhaal. Met altijd ruimte voor iets nieuws.

#TCSAM18; Marathoner

 

Marathoner. Ik ben een marathoner. Na de marathon van Leiden gaf ik mezelf deze titel en terecht: ik had 42,21 km volbracht en als bewijs er een geweldige medaille voor gekregen. Eentje die door Liefde zorgzaam is omlijst, eentje die ik koester. Maar het was me ook tegengevallen. Ik had geen idee gehad wat ik kon verwachten en wat ik kreeg, had ik niet verwacht. Ik had er bijvoorbeeld niet op gerekend dat ik die 42 k vrijwel alleen zou lopen. Het deelnemersveld is klein, ik startte achteraan en binnen een minuut was iedereen weg. Zo nu en dan kwam ik wat medelopers tegen, in de dorpen die we passeerden was genoeg reuring en support, maar de polders waren leeg en lang. Bij 38 k gingen we de binnenstad van Leiden in en voegden in op de 10 k route. Het publiek daar was leuk, maar ik voelde me verloren tussen het geraas van de 10 k lopers en droop verdwaasd af na de finish. Pas later, bij Liefde, kwam het besef; ik heb een marathon gelopen. I fucking did it.

Zondag was de tweede keer. En wat een feest was dat. Ik voelde me goed en sterk. Het weer was prima en er waren een heleboel mensen op de been en ik hoorde daar bij. Ik had de kans om te genieten van de gebeurtenis, van het publiek langs de weg, de energie die er hing. Langs de Amstel vlogen de kilometers voorbij en wist ik al dat ik het zou halen. Het grootste deel heb ik meegelopen met twee pacers en dat bleek heel prettig. In het begin om het tempo een beetje te temperen, maar ik leerde ook meteen efficiënt te foerageren bij de verzorgingsposten. En (eye-opener…) het is okee en zelfs een prima idee om niet één maar twee of, beter nog, drie bekertjes drinken naar binnen te klokken. Bij elke waterpost. Ze brachten me tot 36 k en daarna ging ik op eigen kracht verder. Haalde toejuichingen op, wandelde kort bij een brug die opeens veel te hoog was en liep die laatste kilometers van hoogtepunt (een waterpost!) naar hoogtepunt (het Vondelpark!). Het ging niet meer zo snel maar het ging, haalde zelfs mensen in. Uit de weg mensen, ik ben een marathon aan het lopen en ik ben er bijna. Bijna werd helemaal, met die medaille, met wat eten en drinken en met me afvragen hoe ik in de trein zou komen.

Nu is het gedaan, ik heb het gedaan, en heeft het begrip ‘spierpijn’ nieuwe dimensies gekregen. Deze marathon heeft me geleerd dat ik het kan en mocht ik daar ooit aan gaan twijfelen, dan hoef ik alleen maar te denken aan die 12 kilometers langs de Amstel of aan het Vondelpark op weg naar de finish.

Ik ben een marathoner.

 

 

#TCSAM18; traditie

img_3733.jpg

Ik loop inmiddels een aantal jaren en afgelopen zondag realiseerde ik me dat ik tradities aan het ontwikkelen ben. De Singelloop is er zo een. In de stad waar het allemaal begon running wise. Eerlijk gezegd is het niet eens zo’n fantastisch mooie loop, de naam doet beter vermoeden dan het is. Maar het najaar is pas echt begonnen als ik in m’n korte broek op de Maliebaan heb gestaan.

De eerste keer natgeregend tot op het bot, voorzichtig lopend want ik kon me de vorige 10 k nog goed herinneren, vooral hoe moe ik was en wat een pleures-end ik het vond. De tweede keer een stuk zelfverzekerder en vastbesloten onder het uur te lopen, wat royaal lukte: 58:25.

Afgelopen zondag was dus de derde keer. Geen wilde plannen zo vlak voor M-day, lekker lopen en genieten van m’n oude stadsie. Ook dit keer lukte dat royaal. Ik ontdekte dat het eigenlijk helemaal niet zo’n mooie route is, maar dat het nog steeds fijn is om er te lopen, als de zon schijnt tenminste. Dat Utrecht langzaam maar zeker steeds minder mijn stadsie wordt. Maar het allerbelangrijkste: ik ontdekte met vreugde dat ik fit ben. Van te voren was ik moe, aan het eind van mijn marathontraining, en vastbesloten rustig aan te doen. En soms lukte dat. Maar als ik zin had, ging ik harder. Ik stopte bij de drankpost om even rustig te drinken. En toen ik bij 8 k zag dat ik binnen het uur kon finishen als ik een beetje opschoot, versnelde ik moeiteloos: 59:45. Drinken, droog shirt, paar krentenbollen in m’n mik, klaar.

Dat is wat het is: ik ben klaar. #TCSAM18: I’m coming for you. Ik ben er bijna. Volgend jaar weer Singellopen. Goede tradities moet je in ere houden.

#TCSAM18; pr, nogmaals

We hadden weer een uitje, ditmaal naar Haarlem. Haarlem was fijn. Het parcours was mooi, het publiek gezellig, de sfeer was goed en het weer niet minder. En ik liep, nogmaals, een pr. Dat was ook fijn. Niet zozeer vanwege die tijd, want die kan beter, ook al is het 3 minuten sneller dan de vorige keer. Maar omdat het kon, omdat ik het kon. In Haarlem kwam alles samen, waarom ik zo van hardlopen houd. Ik genoot van begin tot eind, niets hoefde en alles kon. Hard van start, rustig tijd nemen om te drinken en te eten (lekker bananen onderweg). Genieten van het weer, van de omgeving en van het lopen. In de duinen inhalen bij het klimmen en ingehaald worden bij het dalen. Bij 18 kilometer me realiseren dat het kon lukken om 2:15 te lopen en toen versnellen. Met een grijns van oor tot oor over de finish, laatste kilometer de snelste.

Zo kan het gaan. Als niets moet en alles kan. Liefde en vrijheid. Daar gaat het om. Haarlem ligt dicht bij Amsterdam. Dat is ook fijn.